Hoe schrijf je een goede e-learning?

Het schrijven van een e-learning

Leestijd: 8 minuten

Wil je een e-learning schrijven? Zorg dat je taalgebruik goed inzet met deze 5 praktische tips voor effectieve online kennisoverdracht!

5 taaltips voor effectieve online kennisoverdracht

Hoe vaak is het jouw gebeurd dat je afhaakte tijdens het lezen van een tekst? Misschien twijfelde je na de eerste zin al aan de expertise van de auteur, bijvoorbeeld door een joekel van een spelfout (had je die van ons al gespot? 😉). Misschien waren de zinnen zo langdradig dat je je gedachten er niet bij kon houden. Of misschien zag je van die enorme ononderbroken lappen tekst en gaf je de moed meteen al op.

Je kunt dus lezers kwijtraken door tal van tekstuele en taalkundige missers. Denk aan de indeling van je tekst, de woorden die je kiest of de manier waarop je een zin opbouwt.

Zeker bij het ontwikkelen van online lesmateriaal is het belangrijk je lezers goed vast te houden, omdat je tijdens het leerproces niet in direct contact met hen staat. Maar hoe doe je dat dan precies, het schrijven van een goed leesbare e-learning? Wij geven je 5 gouden taaltips!

Tip 1: Houd je zinnen kort en bondig

Lezen van een scherm is moeilijk om lang vol te houden. Daarom wil je – nog meer dan in andere teksten – korte en bondige zinnen gebruiken in een e-learning. Ook kan de lezer daardoor beter de kern uit je tekst halen. De leerstof is dan makkelijker te verwerken. Formuleer dus beknopt. In plaats van te zeggen ‘Kies hieronder een antwoordoptie door erop te klikken, voordat je op de knop met OK drukt’, kun je beter gaan voor: ‘Kies een antwoord en klik op OK.’

Een voorbeeld van e-learning schrijven: een korte en bondige instructiezin

Tip 2: Spreek je lezer persoonlijk en informeel aan

Als deelnemers voelen dat je informatie persoonlijk en relevant is, blijven ze langer geïnteresseerd en gemotiveerd. Spreek de lezer daarom aan als individu. Kies liever voor ‘jij’ of ‘je’ dan voor ‘wij’, ‘jullie’ of het helemaal niet persoonlijke ‘de cursist’. Als een tekst voor jou bedoeld is, dan lees je liever niet over jezelf in de derde persoon.

Je benadert je deelnemer dus als een bekende. Schrijf dan ook niet te formeel. Kies bijvoorbeeld ‘ook’ in plaats van ‘tevens’, ‘ik hou’ in plaats van ‘ik houd’ en ‘zo’n apparaat’ in plaats van ‘zo een apparaat’. Als je feedback schrijft, sla dan ook een vriendelijke toon aan. Je deelnemer leest vast liever ‘Helaas’ of ‘Jammer’ dan een stijf ‘Incorrect’ boven zijn foute antwoord.

Tip 3: Gebruik tussenkopjes en andere opmaak

De lezer kan een tekst makkelijker verwerken als je er structuur in aanbrengt. Net als bij een tekst in een lesboek of een (online) artikel, kun je in ieder geval witregels en tussenkopjes aanbrengen.

Ook in e-learning zijn dat goede hulpmiddelen voor de lezer, maar er is meer nodig. Om de deelnemer door de tekst te leiden kun je kernwoorden markeren, bijvoorbeeld door deze dik te drukken. Dan zie je in één oogopslag waar de tekst op de slide over gaat.

Een voorbeeld van opmaak bij e-learning schrijven: kernwoorden dikdrukken

Tip 4: Schrijf actief (vermijd ‘worden’)

Gebruik verder zoveel mogelijk actieve zinnen. Vergelijk de onderstaande zinnen eens:

  • ‘Je kunt je antwoorden aan het einde van module downloaden.’
  • ‘Je antwoorden kunnen aan het einde van de module worden gedownload.’

Welke vind jij fijner klinken? De meeste mensen voelt zich sneller aangesproken door de eerste zin, omdat die actief is. In een actieve zin voert het onderwerp een actie uit. Dat leest makkelijker dan een passieve zin, waarin het onderwerp de actie ondergaat. Dat is persoonlijker én makkelijker te verwerken, dus het bevordert het leerproces. Bovendien levert het over het algemeen ook bondigere zinnen op. Mooi meegenomen!

Tip 5: Vermijd jargon

Als je jargon (vaktaal) gebruikt bij het schrijven van e-learning, begrijpen alle lezers dan meteen wat je bedoelt? In een echt gesprek kan iemand je makkelijk onderbreken en om uitleg vragen, maar in een e-learning kan dat niet. Je krijgt maar één kans om alles zo op te schrijven dat de cursist je meteen begrijpt. Dus stel jezelf bij jargon de vraag: is er niet een ander, makkelijker woord dat ik kan gebruiken? Zo ja, kies daar dan voor. Als jargon onvermijdelijk is, introduceer alle termen dan zorgvuldig en leg uit wat je ermee bedoelt.

Bonustip 1: Je kunt er in e-learning ook voor kiezen om een term klikbaar te maken. Zodra je op de term klikt (of erover hovert) verschijnt een korte uitleg. Dit is vooral handig als je voor een gemixte doelgroep schrijft. De deelnemer kan zo zelf bepalen of hij de uitleg wel of niet bekijkt.

Bonustip 2: Voeg een spelelement toe om je deelnemers te helpen lastige begrippen of afkortingen te onthouden. Maak bijvoorbeeld een bingo-kaart , waarmee je deelnemers alert maakt op afkortingen en hun betekenis. In dit voorbeeld van FNV bijvoorbeeld, klikken de deelnemers door de e-learning heen op afkortingen zoals ‘OR’. Vervolgens moeten ze ‘Ondernemingsraad’ invullen om een bingo-kruisje te krijgen. Zo verwerken ze deze begrippen bewust.

Voorbeeld van bingokaart in e-learning

Schrijf erop los!

Wil je een prettig leesbare e-learning schrijven, dan raden we je dus aan om deze adviezen in je achterhoofd te houden:

  1. Houd je zinnen kort en bondig
  2. Spreek je lezer persoonlijk en informeel aan
  3. Gebruik tussenkopjes en andere opmaak
  4. Schrijf actief (vermijd ‘worden’)
  5. Vermijd jargon

Dan ben je goed op weg! Behoefte aan achtergrondinformatie of meer tips? Download ons gratis whitepaper Taal telt: Praktische gids voor effectief taalgebruik bij e-learning.

Interessant? Kom koffie drinken!

Spreekt dit blog je aan? Wij bespreken graag jouw e-learning wensen in een (online) adviesgesprek. Zo komen we samen tot de ideale leeroplossing.

Plan meteen een afspraak in onze agenda.

Aan het werk met een LMS

Gerelateerde berichten